Eenvoudige uitleg van También vs Tampoco

Zowel También als Tampoco worden gebruikt als je het eens bent met wat iemand zegt, of om aan te geven dat je het ook doet of hetzelfde voelt.

We gebruiken también om aan te geven dat we het eens zijn met een positieve uitspraak
We gebruiken tampoco om aan te geven dat we het eens zijn met een negatieve uitspraak

También:
Juan: Yo estudio español.
Pedro: Yo también.
Juan zegt: “Yo estudio español” (Ik studeer Spaans). Pedro zegt “Yo también” (Ik ook); hij bevestigt dat hij hetzelfde doet. Je gebruikt dus también en niet tampoco, want de uitspraak is positief bevestigend.

Tampoco:
Maar indien zowel Juan als Pedro geen Spaans studeren, wordt het gesprek als volgt:
Juan: Yo no estudio español.
Pedro: Yo tampoco.
Juan zegt “Yo NO estudio español” (Ik studeer GEEN Spaans), een negatieve uitspraak. Aangezien Pedro ook geen Spaans studeert, is hij het eens met de uitspraak van Juan, en zegt: “Yo tampoco” (Ik ook niet) want hij bevestigt dat hij hetzelfde ook niet doet.

Lees verder: https://www.leukspaansleren.nl/tambien-en-tampoco